april3
Herinneren jullie je nog de mand met alpaca die ik heb geverfd? En het spinnen van de wol? Het is alweer een tijdje geleden, en er kwamen veel andere projekten tussendoor, maar deze wol bleef al die tijd in mijn gedachten. En vooral ook de vraag of het met breien zo zou worden als ik met het verven en spinnen in mijn hoofd had?

Onder het eindeloze wassen van de wol kwam het idee om er iets in entrelac van te breien. Tijdens het spinnen heb ik geprobeerd hier rekening mee te houden door niet te snel van kleur te veranderen.
En hoe kan het! Het had niet mooier gekund, de kleurverdeling is zo mooi. Perfekt gewoon, elke rij blokken heeft een andere kleur.

Ik had gehoopt dat het breiwerk groot genoeg zou worden voor een poncho, helaas is het daarvoor te kort geworden. Maar er zijn zo veel mogelijkheden bedacht, vooral ook door mijn breivriendinnen, wat het allemaal zou kunnen worden: een kussentje, een vestje, Matthijs wilde wel een dekbed (zo lekker zacht en warm), Charlotte bedacht dat het met één knoop toch een soort omslagdoek zou worden of een dekentje voor in Layka’s mand. Maar wat het nu gaat worden, ik heb geen idee op dit moment. Het wordt vast vanzelf duidelijk en het ging me in de eerste plaats ook gewoon om het maken en het hele proces wat er aan vooraf ging.
De conclusie is dat het heel erg leuk was om een vieze vacht te veranderen in iets moois, maar in het vervolg werk ik liever met schone, gekaarde witte wol.

Alleen net op het laatst……. 1,5 meter draad te kort! Wat een pech, maar ik had het natuurlijk wel een beetje aan zien komen. Twee hele rijen uithalen vond ik zonde, helemaal omdat ik wist dat ik nog een klein beetje lichtblauwe merino had liggen. De kleuren zijn niet helemaal het zelfde, maar met al die verschilldende tinten maakt dat helemaal niet uit. En de wol voelt natuurlijk anders aan, maar dat neem ik voor lief.
Het is dat ik weet welk driehoekje het is, maar anderen zien het helemaal niet (heb het natuurlijk wel even iemand laten zien en voelen die het niet wist en die merkte het niet op).

De uitleg van het entrelac breien vond ik in dit boek.
Eerder vertelde ik al over de kikkers die uit hun winterslaap ontwaakten, maar daarna was het erg stil rondom de kikkers. Niet alleen hier op de weblog maar ook in de vijver, we hebben weinig kikkers gezien. Maar gisterochtend zag Matthijs als eerste een enorme ‘berg’ kikkekrdril. Wordt vervolgt….

Ik laat weinig spinsel zien de laatste tijd maar toch spin ik regelmatig. Soms zomaar iets om te oefenen, maar er zijn toch al een paar art-yarns (zoals ik het laatst heb geleerd op de workshop) van mijn spinnenwiel gekomen, maar perfekt is het nog lange niet. Om de juistebalans te vinden blijf ik moeilijk vinden.

Op de foto hieronder zie je sokkenspinwol die ik afgelopen week heb geverfd. Het is hetzelfde mengel waar Annita deze sokken van heeft gemaakt. Vanavond heb ik een beginnetje gemaakt met spinnen, maar het is nog even zoeken naar de juiste dikte van de draad. Ik wil het graag twee-draads twijnen, de wol moet uiteindelijk niet te dun worden, maar ook weer niet te dik. Ik ben heel erg benieuwd hoe dit gaat worden.

Nu het entrelac breiwerk af is ga ik verder met het haken van een vestje. Hier liet ik er al een klein stukje van zien. Het is gemaakt met wat ‘oude’ restjes die ik over had van dit vest en wat ‘nieuwe’ restjes die ik kado heb gekregen. Ik gebruik geen patroon, herhaal het streeppatroon steeds, en maak er een raglan in.
En ik heb geen idee of die raglan goed gaat worden, er ging geen berekening of zo aan vooraf, ik zie het wel. Eerst een stukje verder haken en dan kan ik het passen.

Als het niet mooi wordt haal ik het uit en maak ik een nieuw plan. Vrolijk is het in ieder geval wel!

Vrolijke paasdagen!